| |
Rouwen om het verlies van ongeveer alles
Erwin Mortier
Het kostte me moeite De reis van de
lege flessen aan te vatten. Het kwam door de zinnen. Van die korte.
Hele korte soms. Geen Proust, zeg maar. Ze werkten me eerst op de zenuwen.
Omdat ze niet noodzakelijk op stilistische beheersing wijzen. En omdat
het adagium 'minder is meer' lang niet altijd opgaat.
Het verhaal dat Kader Abdolah in dat staccato van woorden vertelt is al
even beperkt. Man komt als banneling uit Perzië terecht in een Nederlandse
woonwijk vol doorzongeluk en doorzonwanhoop, en moet aan het leven daar
wennen. Er is zijn buurman René die hem geduldig Nederlands leert,
maar nadat diens relatie afloopt in een depressie verzinkt, uit het verhaal
verdwijnt, weer opduikt en ten slotte zelfmoord pleegt. De nieuwe buurman
blijkt een heel ander type. Niet bepaald mededeelzaam, eerder lomp en
in de praktijk aan de asociale kant.
Beide heren vormen de niet bepaald weidse horizonten van het boek, voor
het overige hoofdzakelijk bevolkt door medemensen met al hun voor- en
nadelen, en daartussen die vreemdeling, verbijsterd op zoek naar de handleiding
van een samenleving die niet, nog niet, de zijne is. 'Een halfnaakt land',
zo noemt hij Nederland, omdat bloot er openlijker aanwezig mag zijn dan
waar hij vandaan komt. Misschien slaat het ook op zijn eigen positie.
Beroofd van de gewoonten en opvattingen waarmee hij opgroeide moet hij
ontkleed zijn weg zoeken in een nieuw vaderland.
|
|
Het verhaal deed me in eerste instantie denken aan de mediterrane soaps
die ik al zappend soms te zien krijg, en waar het krappe budget zichtbaar
van afstraalt. Het boek leek te besparen op belichting, geluidstechniek
en cast, maar kreeg me ten slotte wel te pakken.
Gaandeweg komt uit al die hikkende zinnen het portret naar voren van een
volkomen ontheemde ziel. De reis van de lege flessen is een boek over
leren wennen. Wennen aan een andere taal, een andere cultuur, haar openheid
en haar eigen taboes. Maar ook, en wie weet vooral, wennen aan jezelf,
aan het jezelf kwijtraken en weer moeten opbouwen.
Dus die krappe taal, die wordt ineens een weloverwogen keuze. De lezer
kan er de vervreemding aan den lijve in ondervinden. De reis van de lege
flessen is daarmee, uiteindelijk, het verhaal van een man die moet rouwen
om het verlies van ongeveer alles, in een cultuur die zelf nog amper over
rouwrituelen beschikt.
De kleine wereld die dit boek oproept, stroomt dan ook ruimschoots over
de rand van al die korte zinnen heen, en blijft lang nazinderen in de
geest.
|
|